Bijzondere ontmoeting

Zittend op een bankje aan het fietspad tussen Waalwijk en Sprang-Capelle geniet ik van de najaarszon. Fietsers en wandelaars passeren mij op weg naar hun bestemming. Na tien minuten zonnen stopt een bejaarde man, die een vrouw in een rolstoel voort duwt, voor het bankje. Omdat ik vermoed dat de man wil gaan zitten schuif ik vanuit het midden opzij naar links zodat, indien de man dat wil, er ruimte is voor hem om plaats te nemen. Hij zet de vrouw in de rolstoel binnen handbereik tegenover het bankje en gaat zelf rechts van mij zitten. Hij zucht een paar maal diep en zegt me dat hij moe is omdat een paar seconden later te herhalen. Hij is onderweg van de markt in Waalwijk naar huis in Sprang Capelle, vertelt hij mij. Toch al gauw tien kilometer op en neer, reken ik snel in mijn hoofd uit. Op mijn vraag of de vrouw in de rolstoel zijn vrouw is, knikt hij bevestigend. Ze kijkt me aan met een afwezige blik. Als ik hem vraag of ze dementerend is antwoordt hij dat ze alzheimer heeft en dat hij van de huisarts niet mag zeggen dat ze dement is want dat is niet hetzelfde, volgens de arts.

Helder verstand

Als de man praat kijkt hij me niet aan maar recht vooruit. Dit geeft mij de gelegenheid om hem eens goed te observeren. Hij is grijs, slank en gebruind en lijkt me nog behoorlijk fit. Ik vraag me af of hij het prettig vindt om met mij te praten of dat hij praat uit een soort gewoonte om de tijd of de stilte te vullen. Hij praat namelijk onophoudelijk zonder dat ik een vraag stel. Om het gesprek toch enigszins te sturen en omdat ik vermoed dat deze ontmoeting niet geheel toevallig plaats vindt, stel ik soms toch een vraag. Bijvoorbeeld hoe oud zijn vrouw was toen bij haar alzheimer werd geconstateerd. ‘Ze was vierenzestig jaar, zegt hij. Nu is ze vierenzeventig. Ze had zo’n helder verstand. Ze heeft slechts de huishoudschool volbracht maar ze had het verstand van een professor’, vertelt hij mij. Terwijl haar man met mij praat brabbelt zij soms met hem mee. Als hij vraagt of ze dorst heeft brabbelt ze dat dat het geval is waarop de man een flesje limonade uit een linnen tas die aan het frame van de rolstoel is geknoopt te voorschijn haalt. Hij helpt zijn vrouw het flesje open te maken en op te drinken. Dit samen opdrinken van een flesje limonade is een aandoenlijk en intiem tafereel om te zien. Ik voel me bevoorrecht dat ik dit van nabij mag aanschouwen. Het echtpaar vormt een goed ingespeeld team. Is ook niet zo verwonderlijk vertelt de man mij, ze waren vorig jaar vijftig jaar getrouwd.

Verzorging

Wanneer de vrouw haar limonade opgedronken heeft vertelt hij mij ongevraagd dat hij de benen van de vrouw bij elkaar gebonden heeft met een riem om te voorkomen dat ze alle richtingen op bungelen wanneer hij de rolstoel voortduwt. ‘Maar officieel mag het niet’, zegt hij. ‘Mijn zegen heb je’, denk ik. ‘Wil ze geen scootmobiel’, vraag ik de man. ‘Nee, die wil ze niet; ze vindt de bediening te ingewikkeld’. Ze wonen nog samen. Ze krijgen twee uur in de week hulp in de vorm van thuiszorg. ‘Meer is niet nodig’, zegt hij . ‘Ik neem dus bijna de gehele verzorging voor mijn rekening. Ik doe het graag en bovendien, wat moet ik anders doen’?

Wie bepaalt

Ze hebben een hele fijne huisarts met wie hij goed kan praten, laat hij mij weten. Hij heeft morgen een afspraak met de arts. Het gesprek zal waarschijnlijk over mijn vrouw gaan, zegt hij. Zij heeft namelijk drie zussen die al zolang ze dementerende is de huisarts onophoudelijk verzoeken hun zus op te laten nemen in een instelling. De man begrijpt oprecht de reden van deze verzoeken niet omdat hij en zijn vrouw sinds het begin van haar ziekte geen enkel contact meer hebben met deze drie. ‘Hoe kunnen ze dan weten hoe het met haar gaat’, vraagt hij zich hard op af? Hij weet niet hoe hij zich moet verweren tegen de verwijten van de zussen dat hij zijn vrouw niet goed zou verzorgen en voelt zich machteloos. Het knaagt aan hem, zie ik. Volgens hem gaat het namelijk goed met haar.’Ze slaapt goed, ze eet goed. Maar ja, ik begrijp ook wel dat de huisarts en de instanties die hier over gaan moeten controleren of dit soort meldingen op de werkelijkheid berusten’. Enig empatisch vermogen is de man niet vreemd. Hij kruipt geheel in de huid van de huisarts en kan zich levendig voorstellen hoe moeilijk het voor de arts moet zijn de zin en onzinverhalen betreffende zijn vrouw te onderscheiden en vergeet in het geheel zijn eigen belang. In welke mate zijn de stemmen van een huisarts, thuiszorgmedewerker of de drie zussen bepalend in beslissingen die de toekomst van de zieke en haar geliefde betreffen? Ik realiseer me dat zelfs deskundige hulpverleners slechts een beperkt en gekleurde inkijk in het leven van dit echtpaar hebben. Twee redenen waarom ik mezelf niet kan weerhouden de man bij ons afscheid te adviseren morgenochtend in het gesprek met de huisarts toch vooral op te komen voor zijn eigen belang en dat van zijn vrouw.  

Een paar weken later, op een schitterende herfstdag, zie ik in de verte beiden opnieuw hun tocht naar de markt maken. Samen. Nog wel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.