Wij zijn natuur

De aarde raakt uitgeput en sterk vervuild. Ondanks de verstrekkende gevolgen die dit heeft voor de gezondheid van de flora, fauna en de mens, vindt de transitie van een vervuilende naar een schone Nederlandse economie slechts mondjes maat plaats. Groei van de economie lijkt prioriteit te hebben boven een vergroening en verduurzaming ervan. 

Ongrijpbaar

In het licht van zojuist beschreven ontwikkeling zag ik recent twee televisieprogramma’s, te weten de aflevering ‘hoe duur is natuur’ van ‘Tegenlicht’ en ‘Beerput Nederland’. Beiden laten onverbloemd zien hoe de Nederlandse overheid in het verleden en heden milieuvervuiling wettelijk toestaat, milieucriminaliteit gedoogd en structureel haar natuurschoon in de uitverkoop doet.

Lars Hein milieueconoom in Wageningen verklaart de zojuist genoemde conclusies als volgt; er wordt door de overheid op verschillende niveaus tijdens besluitvormingsprocessen weinig rekening gehouden met de belangen van de natuur omdat beleidsbeslissingen op basis van statistische gegevens (getalletjes) genomen worden terwijl de baten van de natuur ongrijpbaar zijn. De ervaring leert volgens hem dat ‘natuur alleen op ideologische gronden vertegenwoordigen en een belangrijke plaats geven tijdens besluitvormingsprocessen’, niet of onvoldoende mogelijk is. Zie bijvoorbeeld het gemak waarmee de natuur het onderspit delft in de concurrentie met asfalt. We verbreden de A 27 om twee minuten eerder op het werk te zijn en offeren daar een stuk bos, Amelisweerd in dit geval, voor op. Natuur wordt door meerdere beslissers gezien als een vervangbaar product. Als een product waar ‘wij mensen’ los van staan. 

Economische waarde

‘Hein’ pleit daarom voor het bepalen van de economische waarde van de diensten die de natuur levert zodat de belangen van de natuur beter vertegenwoordigd worden in zojuist vernoemde beleidsbeslissingen. Hij wil de natuur de taal van de economie leren spreken. ‘We hebben afgesproken dat we een duurzame samenleving willen, laten we dan een boekhouding van de natuur maken’, is zijn idee. ‘Het is van belang ecologie (de wetenschap die onderzoekt hoe planten en dieren zich verhouden tot elkaar en hun omgeving) en economie samen te bekijken’. Immers, de economie heeft een grote invloed op de ecologie en andersom. Volgens hem zou een uitgeputte ecologie grote economische gevolgen hebben; diensten van de natuur worden namelijk geleverd door ecosystemen. Deze systemen leveren een grote bijdrage aan onze economie en ons welzijn. Eén van de diensten van een ecosysteem als een landschap (een stuk natuur) is een productiedienst. Een landschap levert volgens ‘Hein’ namelijk hout en biomassa voor de energieproductie. Een tweede dienst van een landschap is volgens hem een regulerende dienst: het reguleert bestuiving van bloemen door insecten en draagt dus zorg voor biodiversiteit. Daarnaast reguleert een landschap kustbescherming en erosiebescherming. Een derde dienst is een culturele dienst: een landschap biedt de mogelijkheid tot recreatie en toerisme. Wanneer we nu de economische waarde van deze diensten bepalen en een jaarlijkse boekhouding op maken, kunnen we per jaar bekijken of er natuur bij komt of af valt aldus ‘Hein’. Goed idee?

Werkelijke waarde

In eerste instantie en vanuit een economisch perspectief bezien zou je denken van wel. In werkelijkheid levert de natuur echter veel meer verschillende diensten dan welke door ‘Hein’ worden meegenomen ter bepaling van haar economische waarde. Of zoals natuurfilosoof Matthijs Schouten zegt: ‘een boom als onderdeel van een ecosysteem heeft economische waarde: hij levert levert zuurstof, hout en houdt via haar wortels de bodem vast. De boom is echter veel meer: voor een kunstenaar is een boom een kunstobject. Voor iemand anders betekent dezelfde boom een herinnering aan een romantische liefde of een herinnering aan zijn of haar geboortegrond en jeugd’.

En wat te denken van de spirituele waarde of therapeutische waarde van de natuur? Tijdens en na afloop van een wandeling voelt bijna iedereen die ik spreek zich stukken beter dan voor aanvang van de wandeling. De natuur levert namelijk naast materiële diensten ook immateriële diensten die van invloed zijn op ons geestelijk welzijn en onze gezondheid die niet door ‘Hein’ worden meegewogen in de berekening van de economische waarde van de natuur. Schouten zegt daarover: ‘wanneer we alleen over de economische waarde van de natuur spreken en niet over de andere waarden van de natuur is dat een enorme verenging van de betekenis van de natuur’. 

Bovendien, wanneer we alleen over de economische waarde van de natuur spreken beschouwen we de natuur als iets dat buiten de mens staat. Deze vooronderstelling klopt in mijn ervaring niet. Wij ‘zijn’ namelijk natuur. Respectvol met de natuur omgaan is respectvol met je zelf om gaan. Natuur is de basis van ons leven en welzijn, ook van ons economische welzijn. Daarom is ‘natuur’ onbetaalbaar en de vraag ‘hoe duur is natuur’ een hele rare.

Kapitalisme

Omdat niet de waarde van alle door de natuur geleverde diensten in de berekening van haar economische waarde mee genomen wordt, is de werkelijke waarde van de natuur veel groter dan de economische waarde van de natuur zoals berekend door ‘Hein’.

Daarom is de vrije markt niet het systeem waarin de natuur op haar werkelijke waarde geschat en vertegenwoordigd kan worden. Dat blijkt ook uit de geschiedenis. Volgens sociaal ecoloog ‘Jason’ is voor het kapitalistische systeem ‘natuur’ een productiefactor die gratis of tegen lage kosten te verwerven is en vernietigd kan worden wanneer men wil. Natuur is in de visie van vele multinationals gelijk aan een voorraad grond- en brandstoffen en wordt door hen beschouwt als iets dat buiten de mens ligt met het klimaatprobleem tot gevolg.

Democratisch probleem

Het is in mijn ogen dan ook een taak van overheden pal voor de ‘werkelijke waarde’ van de natuur te gaan staan. Doordat zij dit onvoldoende deden en doen is er een klimaatprobleem ontstaan. De conclusie van ‘Jason’ dat het klimaatprobleem een democratisch probleem is, lijkt mij dan ook de juiste. 

Bruto nationaal geluk

Wanneer is men toch de welvarendheid van de mens als synoniem gaan zien voor zijn welzijn? Het gevolg van deze gelijkstelling is namelijk een dwangmatige gerichtheid van Westerse samenlevingen op economische groei terwijl we al lang weten dat het welzijn van de mens niet alleen bepaald wordt door de mate van zijn welvarendheid maar dat er ook andere factoren (sociologische, aanwezigheid van natuur) een rol spelen in deze. Het zou daarom veel logischer zijn een indicator voor het bruto nationaal geluk te hanteren als richtlijn voor te voeren overheidsbeleid in plaats van, zoals nu gebruikelijk is, het bruto-nationaal product en de doorrekeningen van het CPB te hanteren als richtlijn. En wat te denken van een centraal bureau voor geluk in plaats van een centraal plan bureau?

 

 

 

 

Bericht Delen?!

Reactie Achterlaten

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.